| Scherven brengen geluk…..
Toen ik mijn zoontje van drie naar bed bracht vroeg ik hem of pappa een leuk sprookje mocht vertellen. Nou en of zei die kleine opdonder. Dus ik stak van wal… Er was eens een armetierig kaboutervolkje in een héél arm dorpje, waar nauwelijks eten en drinken was. Ze waren zo arm dat ze zelfs geen puntmutsjes hadden, alleen onzichtbare puntjes onder hun slofjes konden zij zich permitteren. Om alles zo gezellig en eerlijk mogelijk te laten verlopen wordt alles geregeld door een kabouter in een zwart pakje met een fluit, kabouter ScheidsJan. Deze zaterdag moest het armetierige ploegje uit Bloemendaal, met een geleend tenue, spelen tegen kabouters van de koningin, een ploeg kabouters uit het rijke koninklijke Heemstede. Tot verdriet van deze rijkeluiskabouters speelden de armoedzaaiers in de koninklijke oranje-kleuren, waardoor ze al met een achterstand aan de wedstrijd moesten beginnen. Nou het werd een potje hoor, lieve zoon. Het was een voetbal potje op een kluit, enorm knus en gezellig. Alle kabouters vochten om de bal, vielen over elkaar heen, riepen en schopten alsof het om leven of dood ging. Kabouter Hans ploegt het heel veld om, Kabouter Jakko, die met hele grote handschoenen de bal uit het netje moet houden, dook van links naar rechts en van boven naar onder en kabouter Thiery kwakte bij zij eerste actie een vijandelijke kabouter een meter of 10 over de zijlijn. De dartele kaboutertjes Rob en John dwarrelden over het veld , terwijl kabouter Yoen sprintjes trok waar de kijkkabouters al van het zien moe werden. Toch lukte het de koninklijke kabouters als eerste het balletje in het net van de oranjekabouters te werken. Dat hadden ze beter maar niet moeten doen, want wat werden die oranje dwergen kwaad zeg. Onder leiding van kabouter Wouter, de gezelligste (en gemeenste) kabouter van het land, trokken de oranjes ten strijde om weer op gelijke hoogte te komen. Nou dat lukte, want voor de theepauze, een periode voor de kabouters om even met een kopje thee op adem te komen, werd het doel van de koninklijken getroffen. Na de rust, waar het strijdplan werd aangepast, lukte het de Bloemendalertjes maar niet om greep op de wedstrijd te krijgen. Wat tactiek-kabouter Tack ook riep en schold, het werd billenknijpen. Ook de hardwerkende maar immer falende kabouter Buijn, die in de eerste helft een niet te missen puntmutsbal miste, kon het tij niet keren. Het werd een gevecht waar alle spelers op een kluitje probeerden de bal te machtigen. Eén kabouter, Chris genaamd, stond als enige kabouterziel alleen op de rechterkant van het grasveld, zich onttrekkend aan het spel. Na het heftige kwartiertje kwamen de bloemendalers sterk terug. Het lukte de rappe kabouterspitsen twee maal de bal in het netje van de koninklijken te werken, waardoor een overwinning in het verschiet lag. Een onverwachte wissel zorgde ervoor dat de oranje kabouters toch nog in de problemen kwamen , de gemene koninklijken scoorden tegen. Dankzij de Goalkabouter, die weliswaar een moment de bal geheel kwijt was, hij werd uiteindelijk weer gevonden hoor, bleef de voorsprong behouden. Gelukkig zag kabouter ScheidsJan in dat het zo maar klaar moest zijn, en floot zijn fluit. Nou, je begrijpt het wel. Het werd een feest van jewelste in het kleedhok. Gezang en dans tijdens het afsoppen en aankleden. Op naar de thee- en ranjaruimte gingen ze. Daar hoorde kabouter Ruud van kabouter Scheids dat kabouter Chris steeds zo mooi vrij stond. Nou zei kabouter Ruud bedeesd, als ik geweten had, dat je de bal ook op vrijstaande kabouters mag spelen, dan had ik dat zeker gedaan..! Het werd nog heel gezellig in het drankhol, zo´n eerste overwinning deed de kabouters zeer goed. Zeker toen onze kabouters ook nog achter de ranjabar mochten staan. Er werden glazen getapt en gespoeld. Toen opruimkabouter Wouter een plateau met lege ranjaglazen spontaan de lucht in kwakte, en de aanwezige oranje kabouters de scherven met bezem en stoffer en blik te saamhorig te lijf gingen, wisten de oranjekabouters dat deze overwinning niet meer stuk kon. Gelukzalig verlieten ze, op naar hun kaboutergezinnetje, het trapveldje met in de wetenschap dat nu van iedereen kon worden gewonnen. Ze voetbalden nog lang en gelukkig……………. Ik keek naar mijn zoontje en zag dat ie heerlijk lag te knorren met een enorme grijns op zijn gelaat. |
