
Amerikaanse biologen hebben een genetisch gemanipuleerde muis ontwikkeld die alle muizenrecords breekt. Een enkel eiwit in de spieren bleek voldoende.‘Voordat we dit te begrijpen, zijn we een hele tijd verder’, aldus bioloog Parvin Hakimi. Hij kan nog maar nauwelijks geloven wat hij en zijn medewerkers hebben bereikt, en dat met een betrekkelijk eenvoudige ingreep. Zijn onderzoek, aan de Case Western Reserve Universiteit in Cleveland, Ohio, was gericht op het enzym PEPCK-C, dat door de lever wordt aangemaakt en dat een rol speelt bij de afbraak van glucose.
Om de werking van dit enzym te achterhalen, kweekten Richard Hanson, Parvin Hakimi en hun medewerkers muizen waarin de activiteit van het PEPCK-C producerende gen honderd keer hoger was dan normaal, en bovendien plaatsvond in het spierweefsel. Die ingreep bleek het recept voor supermuizen.Zodra de PEPCK-C-muizen kunnen lopen, zijn ze niet meer te stoppen. De onderzoekers plaatsten tredmolens in de kooitjes die steeds sneller ronddraaiden; elke minuut twee meter per minuut sneller. Gewone muizen sprongen na twintig minuten uit de molen, bij een snelheid van 40 meter per minuut. De PEPCK-C-muizen daarentegen bleven tien minuten langer rennen, tot zestig meter per minuut.
Bij een andere test liepen ze gedurende zes uur in een tredmolen met een snelheid van 20 meter per minuut.Het opmerkelijkste aan de opgePEPte muizen is dat ze niet moe worden. Gewone muizen hadden na afloop van deze tests flink wat melkzuur in hun bloed; de PEP-muizen helemaal niet. Melkzuur is een afvalproduct dat ontstaat als de spieren door hun gewone brandstofvoorraad (bestaande uit vetzuren) heen raken en overschakelen op de verbranding van in het spierweefsel opgeslagen suikers. Supermuizen beschikken blijkbaar over veel grotere voorraden brandstof, en zijn daardoor niet moe te krijgen. Een andere oorzaak voor hun bovenmuiselijk spiervermogen is dat in hun cellen tien keer zo veel mitochondriën zitten als bij gewone muizen. Deze celonderdelen zijn verantwoordelijk voor de omzetting van brandstof in nuttige energie.
Maar elk voordeel heeft zijn nadeel. De supermuizen zijn niet alleen veel sterker en actiever, ze zijn later geslachtsrijp, leven langer en zijn agressiever. Vooral deze laatste eigenschap maakt dat het inbrengen van hetzelfde gen in menselijk spierweefsel wel eens heel onaangename gevolgen zou kunnen hebben. Volgens onderzoeksleider Richard Hanson is zo’n ingreep daarom ‘onethisch’. En gevaarlijk voor de fans
